Zwangerschap en werk Afdrukken E-mail

In 1994 is de wetgeving aangescherpt die de arbeidsomstandigheden voor zwangere werkneemsters moet reguleren (zie kader). Een reden voor de Rijksuniversiteit Leiden om aan dit onderwerp intern wat extra aandacht te besteden.

De Rijksuniversiteit Leiden hanteert al langer het in deze wet opgenomen uitgangspunt dat de arbeidsomstandigheden zo goed moeten zijn dat iedereen, dus ook de zwangere werkneemster, zonder meer veilig kan werken. Vanuit arbeidhygiënisch oogpunt zijn in het verleden al veel beschermende maatregelen genomen. Een interne maatregel die specifiek is gericht op bescherming van het ongeboren kind is bijvoorbeeld de inenting tegen toxoplasmose van alle vrouwelijke werkneemsters bij de onderzoeksgroep die met deze voor het ongeboren kind schadelijke ziekteverwekker werkt. Ook voor voorlichting aan zwangere werkneemsters zijn faciliteiten aanwezig. De Gemeenschappelijke Bedrijfs Gezondheids Dienst en de lokale veiligheidsfunctionarissen informeren en begeleiden regelmatig zwangere werkneemsters die met vragen of gezondheidsproblemen naar hen toekomen.

 

De wetgeving in het kort

Het besluit zwangere werkneemsters komt er in het kort op neer dat de normale arbeids-om-standigheden zo goed moeten zijn dat geen aanpassin-g van het werk tijdens en direct na de zwanger-schap nodig is om nadelige gevolgen te voorko-men. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moeten nadelig gevolgen voor de zwangerschap of de borstvoeding worden voorkomen door tijdelijke aanpassing van de werkme-thoden en/of rusttijden. Als ook dit niet mogelijk is moet de werkneem-ster tijdelijk andere werkzaam-he-den kunnen verrichten of in het uiterste geval vrijgesteld worden van dienst.

De werkgever moet de risico's op dit vlak regelmatig inventariseren en waar mogelijk wegnemen. De werkgever moet bovendien voorlichting verzorgen over deze risico's. De werkgever hoeft pas voor aanpassing van de werksituatie te zorgen nadat de werkneemster haar zwangerschap heeft gemeld.

In het besluit arbeidsplaatsen is opgenomen dat voor de zwangere werkneem-ster en de werkneemster die borstvoeding geeft, een rustruimte aanwezig moet zijn die de werkneemster de mogelijkheid bied om liggend te kunnen uitrusten.

In de arbeidstijdenwet staan bepalingen over inperken van over-werk en nachtwerk en het aanpassen van rust en werktijden bij zwangerschap en bij het geven van borstvoeding. De moeder mag onder andere het kind voeden in werktijd tot maximaal 9 maanden na de geboorte.

De aanscherping van wetgeving is bij de Rijksuniversiteit Leiden aangegrepen om op dit vlak extra aandacht aan voorlichting en interne communicatie te besteden.
Voor een goede informatie-overdracht is het belangrijk te kijken naar zowel de informatiestroom vanuit de organisatie naar werkneemsters toe als omgekeerd.
Om hier inzicht in te krijgen heeft Iris Advies voor de interne Dienst voor Veiligheid en Milieu een tiental zwangere werkneemsters geinterviewd en het gebruikte voorlichtingsmateriaal beoordeeld op bekendheid bij de medewerkers en op aansluiting bij de situatie op de werkplek. De geïnterviewde groep is klein, het is daarom moeilijk algemene conclusies te trekken. Toch kwamen een aantal interessante aandachtspunten naar voren die ook voor andere organisaties interessant kunnen zijn. Deze aandachtspunten beperken zich niet tot informatievoorziening, ook op het gebied van voorzieningen en organisatie kwam het een en ander naar voren. Hieronder vindt u de resultaten van het onderzoek.

Aandachtspunten voor een effectieve informatievoorziening

Uit de interviews blijkt dat de werkneemsters gedurende de zwangerschap actief op zoek gaan naar informatie. Zwangerschap verhoogt de bezorgdheid om welzijn van moeder en kind. De geïntervieuwden gaven aan dat zwangere werkneemsters behoefte hebben aan anoniem informatiepunt waar men terecht kan met vragen over de veiligheid op de eigen werkplek.

De eerste drie maanden is het erg onzeker of de zwangerschap doorzet, de kans op een miskraam is dan nog groot. Werkneemsters hebben gedurende die periode geen behoefte om zo'n persoonlijke aangelegenheid als zwangerschap al op de werkplek bekend te maken. Er is in die periode wel een grote informatiebehoefte. Daarom is anonimiteit van het informatiepunt belangrijk.

De vraag naar veiligheidsinformatie is vooral groot op plekken waar met chemicaliën en ioniserende straling wordt gewerkt. Maar ook kantoorpersoneel maakt zich zorgen over bijvoorbeeld uitstoot van ozon door printers of nadelige gevolgen van beeldschermwerk en zithouding.

Ondanks hun interesse in de materie waren de geinterviewden onvoldoende op de hoogte van bestaande informatievoorzieningen. Ook de Bedrijfs Gezondheids Dienst, die beschouwd kan worden als een anoniem informatiepunt, werd over het algemeen niet gezien als de plek om voor preventieve voorlichting naar toe te gaan. De Bedrijfs Gezondheids Dienst werd meestal pas actief benaderd in die gevallen dat zich daadwerkelijk gezondheidsproblemen voordeden.
Interne diensten, die een rol van betekenis willen vervullen op gebied van voorlichting over zwangerschap en arbeid, doen er goed aan dit expliciet bekend te maken.

Aansluiting van het voorlichtingsmateriaal bij ervaringen op de werkplek

Het onderzochtte voorlichtingsmateriaal van het ministerie van Sociale Zaken en Welzijn werd door de geïntervieuwden positief gewaardeerd omdat ze meer inzicht kregen in wat hun rechten en plichten zijn. Uit de gesprekken kwam naar voren dat de werkelijke situatie op de werkplek nog niet voldoet aan de wettelijke eisen. Er is vooral gebrek aan rustruimtes. Er werd opgemerkt dat de zwangere werkneemster vaak niet in de positie zit om af te dwingen dat dit soort voorzieningen gerealiseerd worden.

Hieronder wordt ingegaan op verschillende in het voorlichtingsmateriaal besproken onderwerpen en de ervaringen die de geïnterviewde werkneemsters hiermee hebben gehad op het werk.

Werk- en rusttijden
De arbeidsomstandigheden worden door de geinterviewde dames over het algemeen als goed ervaren. Belangrijk is hierbij dat de werkneemsters veel ruimte krijgen om werk- en rusttijden zelf in te delen. De noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken konden zonder probleem in werktijd worden uitgevoerd. De werkneemsters konden redelijk naar eigen inzicht rust in lassen. Wel werd aangegeven dat, omdat er geen rustruimte aanwezig was, het soms noodzakelijk was om onnodig vroeg naar huis te gaan.

Hoge werkdruk
Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om in werktijd naar de dokter te gaan of wat vaker te rusten betekende dit niet dat de werkhoeveelheid meeverandert. De werkdruk wordt dus relatief hoger, terwijl men bij zwangerschap wel vlugger moe wordt. Vooral de eerste en de laatste drie maanden zijn erg vermoeiend. Als er geen goede vervanging wordt geregeld tijdens het zwangerschapsverlof is ook de werkdruk na terugkomst relatief hoog. Dit leidt met name voor tijdelijke projectmedewerkers en medewerkers met een sleutelfunctie tot problemen.

Sociale druk leidt tot stress
Zwangerschap wordt nog te veel gezien als een verschijnsel dat eigenlijk niet op de werkplek thuis hoort. De geinterviewde werkneemsters probeerden tijdens en na de zwangerschap mee te draaien alsof er niets veranderd was. Als de zwangerschap of de bevalling gezondheidsproblemen van moeder of kind met zich meebracht was dit echter niet mogelijk. De interviews indiceren dat werkneemsters die met gezondheidsproblemen kampten ook aanzienlijk meer sociale problemen ondervonden op de werkplek. Deze vrouwen kregen met name meer negatieve reacties van mannelijke collega's over hun keus gezin en werk te combineren.

Benodigde voorzieningen in een rustruimte


Rusten
De werkgever moet voor een rustruimte zorgen waar zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven de mogelijkheid hebben om liggend uit te rusten. Tijdens de zwangerschap is het erg belangrijk dat het meubilair in deze ruimte niet te hoog of te laag is. Het beste om in te rusten is een instelbare stoel die flink naar achter kan zodat een ligzit houding aangenomen kan worden. Een hard bed voldoet niet.
De EHBO-ruimtes die in de praktijk nog al eens als rustruimte worden aangewezen zijn daar over het algemeen niet op ingericht.

Borstvoeding
Veel moeders willen borstvoeding geven omdat borstvoeding gezond is en de afweer van de pasgeborene stimuleert. Wil een werkende moeder borstvoeding geven dan zijn er drie mogelijkheden:

  • naar de creche/oppas gaan en het kind voeden
  • het kind laten brengen
  • kolven, de melk wordt opgevangen in een fles en de volgende dag aan de oppas meegegeven.
In de praktijk doet de werkneemster een voorstel en overlegt dit met de werkgever. Wordt voor één van de laatste twee opties gekozen dan moet de werkgever een af te sluiten ruimte beschikbaar stellen waarin de werkneemster zich kan terugtrekken. De rustruimte kan hiervoor gebruikt worden als de inrichting voldoende is aangepast. Uit het oogpunt van het geven van borstvoeding zijn er drie belangrijke voorwaarden voor een goede inrichting van de rustruimte gesignaleerd, namelijk:
  1. Voor voeden en kolven moet de moeder rustig kunnen zitten anders komt de voeding moeizaam op gang. Dit betekent dat de rustruimte hiervoor geschikt meubilair moet bevatten, bijvoorbeeld een comfortabele stoel met armsteun.
  2. Er moet een koelkast aanwezig zijn om de melk op een hygienisch verantwoorde manier te kunnen bewaren. De koelkast van een kantine voldoet hier niet aan.
  3. De rustruimte moet een slot hebben om privacy tijdens de voeding te kunnen garanderen.
Aanpassingen van werkmethoden

De wet stelt dat de werkneemster pas een beroep kan doen op het besluit zwangere werkneemsters nadat ze haar zwangerschap heeft gemeld bij de werkgever. Omdat de werkneemsters dit de eerste maanden niet doen komt de melding altijd te laat als aanpassingen van de werkplek nodig zijn en de werkneemsters niet op eigen initiatief maatregelen kunnen nemen. Dit maakt een preventief beleid en voldoende voorlichting extra belangrijk.

Verscheidene van de geïntervieuwde werkneemsters hebben gedurende de zwangerschap maatregelen genomen om zichzelf en het ongeboren kind extra te beschermen (zie tweede kader). Deze maatregelen zijn deels in overleg met de direct leidinggevende deels op eigen initiatief genomen. Er is duidelijk sprake van een grote bezorgdheid bij zwangere werkneemsters. Er is in geen van de gevallen een individueel werkplekonderzoek uitgevoerd om te beoordelen welke maatregelen daadwerkelijk nodig waren. Wel valt op dat een aantal van de genomen maatregelen aansluiten bij het vanuit arbeidshygienisch oogpunt nastrevenswaardige ALARA-principe dat eigenlijk altijd gehanteerd zou moeten worden.

De werkneemster is voor de invulling van de afspraken over aanpassing van werkmethoden en werktijden afhankelijk van de direct leidinggevende. Deze afhankelijkheid wordt door een deel van de geïnterviewden als een groot nadeel ervaren omdat niet elke leidinggevende hiervoor open staat of voldoende weet over het onderwerp.

 

Enkele gerealiseerde aanpassingen van werkmethoden

De hieronder opgesomde maatregelen zijn door de geïnterviewde werkneemsters genomen om zichzelf en het ongeboren kind te beschermen.

Straling

  • Niet werken met vluchtige verbindingen
  • Anderen om assistentie vragen bij risicovolle handelingen
  • Meer gebruik maken van afscherming bij risicovolle stoffen

Mutagene, reprotoxische stoffen

  • Niet werken met vluchtige verbindingen
  • Zo veel mogelijk ander werk uitvoeren
  • Collega’s aanspreken op risicovol gedrag

Kantoorwerk

  • Aanschaf goede kantoorstoel
  • Verbannen printer uit de werkruimte

Werk- en rusttijden

  • Overwerkzaamheden afstoten
  • Gedeeltelijke vervanging

Tillen

  • Anderen om hulp vragen

Conclusie

Voor een preventief beleid is het belangrijk naast zwangere werkneemsters ook alle andere werknemers afdoende te informeren. Hiermee wordt anonimiteit bij de informatievoorziening vergroot. Bovendien wordt ook tegemoet gekomen aan de informatiebehoefte van mannelijke en vrouwelijke werknemers met een kinderwens. De invloed van arbeidsomstandigheden op het nageslacht reikt immers verder dan de zwangerschap alleen. Voorlichting aan leidinggevenden en collega's over arbeidsgebonden zaken die de zwangerschap negatief beinvloeden kan het onderwerp bovendien beter bespreekbaar maken op de werkplek.

Voor een goede voorlichting zijn de resultaten van een specifiek op zwangere werkneemsters gerichte interne risico-inventarisatie onmisbaar. Een risico-inventarisatie kan onderbouwen of er daadwerkelijk reden is tot ongerustheid en kan waar nodig leiden tot een gefundeerde aanpassing van de werkomstandigheden. De risico-inventarisatie kan dienen als een onafhankelijk handvat voor zowel leidinggevenden als werkneemsters om tot afspraken te komen over de werkzaamheden tijdens en direct na de zwangerschap.
Rekening houdend met een onderzoek van SZW, waaruit blijkt dat stress schadelijk kan zijn voor het ongeboren kind, is het met name belangrijk te kijken naar de gevolgen van de in de interviews gesignaleerde extra hoge werkdruk en de hoge sociale druk waar zwangere werkneemsters mee te maken krijgen.
Verder is het belangrijk dat een evaluatie van de rustruimte en de daarin aanwezige voorzieningen standaard in de risico-inventarisatie wordt opgenomen.

 

Zoeken